NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Uitspreken
    Werkwoordwoorden zeggen
  • 22Uitgesproken
    Bijvoeglijk naamwoordduidelijk merkbaar

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Uitspreken
    Werkwoordwoorden zeggen
  • 22Uitgesproken
    Bijvoeglijk naamwoordduidelijk merkbaar
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Spreek uit
WoordenboekSpreek uit

Spreek uit

  • uitspreken

    Werkwoord

    woorden zeggen

    1. een woord of klank op een bepaalde manier laten horenIk spreek het woord 'water' uit.
    2. een mening of gevoel verbaal delen met anderenIk spreek mijn mening uit over het nieuwe beleid.
    3. een oordeel of beslissing officieel bekendmakenDe rechter spreekt het vonnis uit.
    4. een gesprek of discussie volledig afrondenWe spreken onze meningsverschillen uit.
  • uitgesproken

    Bijvoeglijk naamwoord

    duidelijk merkbaar

    1. duidelijk aanwezig of waarneembaar, niet vaagMijn vader heeft een uitgesproken voorkeur voor koffie boven thee.
    2. heel sterk of extreem in een bepaalde richtingZij heeft een uitgesproken mening over politiek.

Verwante woorden

spraken uitsprak uitspreekt uitspreken uitspreke uituitgesprokenuitgesprokensuitsprakuitsprakenuitspreekuitspreektuitsprekeuitsprekenuitsprekenduitsprekende